Personalised Medicine bij milde en matige depressie

Gebruik antidepressiva in Zuid-Limburg fors hoger dan landelijk gemiddelde

Elk jaar maken zo’n 800.000 Nederlanders (jeugdigen vanaf 13 jaar, volwassenen en ouderen) een depressieve episode door. 135.600 volwassenen krijgen jaarlijks voor het eerst een depressie. Uit cijfers blijkt dat het gebruik van antidepressiva onder de Nederlandse bevolking erg hoog is: in 2016 gebruikten meer dan 1 miljoen mensen antidepressiva. Op basis van cijfers is het vermoeden dat antidepressiva onnodig vaak bij depressieve klachten en milde/ matige depressies worden voorgeschreven. Bovendien zijn grote verschillen tussen regio’s in het gebruik van antidepressiva zichtbaar. Het gebruik van antidepressiva in Zuid-Limburg ligt met 9% boven het landelijk gemiddelde van 6%. Daarnaast zien we dat een kwart van de starters met antidepressiva na 1 recept stopt, en 46% zelfs binnen een half jaar. Mogelijke oorzaken van stoppen met antidepressiva zitten in verschillende fasen van het proces:

  1. Ontbreken uniforme indicatiestelling
  2. Afwijkend metabolisme (bijwerkingen of geen/gering effect)
  3. Suboptimale medicatiebegeleiding bij (eerste) uitgifte

Steeds meer mogelijkheden voor therapie op maat

Iedere patiënt is anders en daarom kan een ieder, zelfs als sprake is van hetzelfde ziektebeeld, anders reageren op eenzelfde behandeling. Het wordt steeds duidelijker welke invloed de individuele fysieke eigenschappen van een patiënt kunnen hebben op het ontstaan en verloop van een ziekte. Door het (gedeeltelijk) in kaart brengen van al die factoren kan de werking van een geneesmiddel bij een individuele patiënt steeds beter voorspeld worden, nog voordat een geneesmiddel wordt toegediend. Dit moet leiden tot therapie op maat: Personalised Medicine.

Project

Het Internationaal Expertisecentrum Farmacogenetica Erasmus MC, de zorgverzekeraar CZ en de themacoalitie Farmacie willen gezamenlijk de kwaliteit van de depressiezorg in de eerste lijn in de Mijnstreek verbeteren. Het project bestaat uit diverse onderdelen:

1. Wetenschappelijk onderzoek naar de Inzet van genotypering

Het wetenschappelijk onderzoek richt zich op patiënten in de eerste lijn met een eerste voorschrift N06A medicatie (antidepressiva) voor de diagnose milde tot matige depressie.

Doelstelling: Draagt de inzet van genotypering bij het eerste voorschrift bij patiënten met een milde tot matige depressie bij aan betere inzet van de N06A medicatie ten aanzien van medicatiekeuze en dosering.

Wij verwachten dat dit leidt tot:

  1. minder vroegtijdige stoppers (door minder bijwerkingen enerzijds en voldoende effect anderzijds)
  2. minder switches van medicatie
  3. minder doorverwijzingen naar de (2e lijn) GGZ

2. Afbouwbegeleiding

Gedurende de looptijd van het project krijgen patiënten, die meedoen aan het wetenschappelijk onderzoek een begeleidings- en evaluatiegesprek voor afbouw van antidepressiva aangeboden. Dit valt buiten het wetenschappelijk onderzoek. De doelgroep zijn patiënten, die 18 jaar of ouder zijn met eerste voorschrift NO6A geneesmiddel en de diagnose milde tot matige depressie (ICPC P76) die meedoen in de interventiegroep van het wetenschappelijk onderzoek.

Doelstelling:

De projectgroep beoogt met dit deel van het project ervaring op te doen met:

  1. gestructureerde afbouwbegeleiding
  2. multidisciplinaire samenwerking op het gebied van afbouw van medicatie

3. Niet-pluis patiënten

Gedurende de looptijd van het project hebben deelnemende praktijken (huisartsen en apotheken) de mogelijkheid om ook andere patiënten, de zogenoemde niet-pluis-patiënten, genotypering (CYP2D6, CYPC19 en CYP3A4) aan te bieden. Onder niet-pluis patiënten wordt verstaan: die patiënt (ouder dan 18 jaar), die N05A (antipsychotica) en/of N06A (antidepressiva) medicatie gebruikt, waarvan de huisarts en/of de apotheker een onderbuik gevoel heeft, dat de patiënt bij standaard behandeling boven gemiddeld bijwerkingen, danwel onder gemiddeld effect ervaart. Dit valt buiten het wetenschappelijk onderzoek.

Doelstellingen:

De projectgroep beoogt met dit deel van het project ervaring op te doen met:

  1. het doen, aanvragen en implementeren van genetisch onderzoek in de praktijk.
  2. patiënten met polyfarmacie en een afwijkend metabolisme aangezien hier momenteel nog geen richtlijnen voor bestaan.
  3. multidisciplinaire samenwerking voor het verbeteren van de therapie bij een afwijkend metabolisme. Zodat de patiënt door gerichtere therapie een betere kwaliteit van leven ervaart.